In dit artikel:
Waar traditionele software-ontwikkeling complex en tijdrovend is, is low-code juist een krachtig instrument voor digitale innovatie. Maar alles heeft voors en tegens. In dit artikelen lichten we beide kanten toe.
In dit artikel:
Traditionele software-ontwikkeling kent een aantal grote nadelen. Het is een complex en rigide proces waarbij veel tijd wordt gestoken in uitgebreide specificaties en planningen. Doordat de time-to-market langer is en er tussentijds geen wijzigingen kunnen worden doorgevoerd, sluit de applicatie op het moment van introductie vaak niet meer aan bij de eisen van de gebruikers. Ook is het bijzonder moeilijk om ervaren programmeurs aan te trekken, zeker op de huidige arbeidsmarkt. Daardoor lopen de kosten nog verder op.
Kortom, traditionele software-ontwikkeling gaat ten koste van de innovatiekracht. In een hypercompetitieve markt kan dit ertoe leiden dat je bedrijf het voortdurend aflegt tegen concurrenten die wél snel kunnen inspelen op veranderende marktomstandigheden. Low-code neemt deze pijn weg. Organisaties kunnen hiermee razendsnel nieuwe applicaties bouwen en nieuwe functionaliteit toevoegen waar hun gebruikers om vragen, en vaak ook nog tegen lagere kosten. Daarmee is low-code een krachtig instrument voor digitale innovatie.
Low-code ontwikkeling scoort op een aantal punten duidelijk beter dan traditionele software-ontwikkeling. Een greep uit de voordelen:
Low-code ontwikkeling heeft ook nadelen. Zo kan het gebeuren dat bepaalde functionaliteit niet standaard in je low-code platform zit. Dan moet je alsnog met code aan de slag. Een te snelle ontwikkeling kan er ook voor zorgen dat cruciale aspecten zoals het design en compliance te weinig aandacht krijgen. Daarnaast bestaat het risico dat je vastzit aan een platform, al bieden veel leveranciers wel de mogelijkheid om code te exporteren. En zonder goed toezicht kan low-code tot beveiligingsrisico’s leiden (shadow-IT). Overigens is low-code ook een enabler voor cybersecurity.
Verder is low-code ook weer niet zo simpel dat iedereen ermee uit de voeten kan. Soms onderschatten organisaties de knowhow die hiervoor nodig is. Citizen developers moeten wel degelijk technisch inzicht hebben, zeker als het gaat om de ontwikkeling van nieuwe functionaliteiten, het verhogen van de performance of het oplossen van bugs. Niet voor niets blijkt uit onderzoek dat de meeste low-code developers een technische achtergrond hebben. Het is cruciaal dat ervaren programmeurs de regie houden.
Deze nadelen wegen zeker niet op tegen de voordelen van low-code, en meestal kun je er prima omheen werken. Wel is het belangrijk dat je je goed laat begeleiden in het hele proces: van de selectie van het low-code platform tot de ontwikkeling en go-live. Een partner als House of low-code voorziet je in elke fase van gedegen advies, zodat je niet in de valkuilen van low-code development trapt.
Tot slot is het goed om te benadrukken dat er veel hardnekkige misvattingen zijn over low-code. Zo zouden low-code applicaties van mindere kwaliteit zijn en zou low-code het werk van professionele software-engineers overbodig maken. Allebei absoluut niet waar.